15 januari 2020 – Vrienden e.a. dringen aan op onderzoek

De Vereniging Vrienden van Vlietland, de Vogelwerkgroep Vlietland, de Werkgroep Milieubeheer Leiden en de Beheerscommissie Vogelplas Starrevaart hebben de leden van de Statencommissie Klimaat, Natuur en Milieu van Provinciale Staten (PS) haar commentaar gestuurd op de brief van Gedeputeerde Staten (GS) over Meeslouwerplas ontwikkelingen waterkwaliteit.

In die GS-brief is sprake van een ‘waarschuwingsbrief’ van het Hoogheemraadschap van Rijnland, waarin wordt aangegeven dat het Hoogheemraadschap de verwerking van bagger en grond in de Meeslouwerplas gezien de herhaalde overschrijdingen van de actiewaarden voor een aantal stoffen dient stil te leggen, maar – alvorens daar eventueel toe over te gaan – BAM en de provincie in de gelegenheid stelt verschillende maatregelen te treffen, dit om nieuwe overschrijdingen van actiewaarden te voorkomen, de plek van de verhoogde concentraties te lokaliseren en de mogelijkheid van “omwoeling” nader te beschouwen.

In dezelfde brief delen GS mee, dat naar aanleiding van de door het Hoogheemraadschap gevraagde maatregelen door een adviesbureau onderzoek is gedaan naar de mogelijke oorzaak van de overschrijdingen. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Comol5, de aannemer van de RijnlandRoute en tevens leverancier van grond en zand uit de RijnlandRoute-tunnel waarmee de stabilisering van de oevers van de Meeslouwerplas wordt uitgevoerd.

In onze brief uiten wij ernstige kritiek op het hierboven bedoelde onderzoek. Allereerst voldoet het onderzoek op een aantal punten niet aan de eisen die het Hoogheemraadschap eraan heeft gesteld. Zo blijft bijvoorbeeld onduidelijk met welke maatregelen nieuwe overschrijdingen van actiewaarden kunnen/zullen worden voorkomen. Het onderzoek heeft ook de plek van de verhoogde concentraties niet gelokaliseerd. Maar de “conclusies” uit het onderzoek verdienen dat predicaat zeker niet; daarvoor is het bewijs te dun, te vaag en niet overtuigend. De uitspraken die in de GS-brief worden vermeld maken meer de indruk van vooringenomen stellingen of veronderstellingen, die vooral Comol 5 en BAM vrij moeten pleiten van enige schuld aan de overschrijdingen van de actiewaarden en de oorzaak van de overschrijdingen (overigens zonder bewijs) moeten leggen bij zulke vaag omschreven omstandigheden als “de dynamiek in de plas” en “externe invloeden (bijv. afstromen van water via sloten uit omringend gebied naar de Meeslouwerplas”.

Wij geven in overweging, dat de provincie het zich – als ze geloofwaardig wil blijven – niet kan permitteren om bepaalde vragen, zoals de vervuiling met asbest door de toepassing van baggerspecie uit de Ringvaart Haarlemmermeerpolder in de Meeslouwerplas, zelf te onderzoeken (en andere niet) waarbij – doordat de provincie wel zelf onderzoek doet, maar niet alles onderzoekt – de indruk kan ontstaan dat het hierbij gaat om een slager die zijn eigen vlees keurt of een slager die zelf bepaalt welk vlees er wel gekeurd mag worden en welk vlees niet. En andere vragen maar helemaal niet te (laten) onderzoeken, zoals waarom er vrijwel alleen maar bagger in de Meeslouwerplas is gestort, hoe alle plastic en piepschuim plotseling in de Meeslouwerplas (en de stortkoker) is terechtgekomen en de vraag wat de samenstelling en de hoeveelheid is van de grond uit Oegstgeest die BAM nu al enige tijd in de Meeslouwerplas schijnt te storten en wat de rol is van het Hoogheemraadschap en de provincie bij deze ontwikkeling. Ook begrijpen we niet genoegen te nemen met onderzoek waarin de “conclusies” onvoldoende door bewijs ondersteund worden, zoals het geval is in het onderzoek naar de mogelijke oorzaken van de overschrijdingen van signaal- en actiewaarden van verschillende stoffen.

Daarom pleiten wij voor onafhankelijk onderzoek, bij voorkeur door de Randstedelijke rekenkamer. Het doet ons groot genoegen:

o dat ook GS constateren “dat sommige aspecten van de verondiepingsactiviteiten zoals deze zijn uitgevoerd nog onduidelijk zijn en daarmee ook mogelijke gevolgen voor de kwaliteit van bodem en water”,

o dat zij zich kunnen voorstellen dat PS een aanvullend/verdiepend extern onderzoek wil laten uitvoeren,

o dat ook zij als mogelijkheid zien dit onderzoek te laten uitvoeren door de Randstedelijke Rekenkamer en

o dat zij het bovendien wenselijk vinden “de onderzoeksvraag SMART te formuleren en hierover in gesprek te blijven met de gebiedspartijen”.

Wij roepen PS in onze brief op de hier bedoelde voorstellen van GS en onze adviezen over te nemen en in het verlengde daarvan besluit tot een onafhankelijk onderzoek naar alle verondiepingsactiviteiten in de Meeslouwerplas. Wij zullen er – naar vermogen – het onze aan doen om van het vervolg een succes te maken.

Lees hier het commentaar van de Vrienden van Vlietland e.a. aan PS d.d. 15 januari 2020 op de brief van GS aan PS van 17 december 2019.

 

Hieronder nog een nieuwsbericht van Vlietnieuws.

Nieuwsbericht 16 januari 2020 op Vlietnieuws over Zware kritiek op onderzoek Meeslouwerplas
Nieuwsbericht 16 januari 2020 op Vlietnieuws over Zware kritiek op onderzoek Meeslouwerplas

Reacties gesloten.