Manifest van Vrienden van Vlietland

De Vereniging Vrienden van Vlietland is niet de enige organisatie die zich tegen de plannen keert. De ondergetekende organisaties maken zich grote zorgen over de gevolgen van het bestemmingsplan Vlietland noordoost 2005.
We menen dat het bestemmingsplan er toe leidt dat:

  • de toegankelijkheid voor dagrecreanten in het geding komt
  • het groene karakter en de natuur wordt aangetast door de aanleg van parkeerterreinen en de bouw van 102 recreatiewoningen en 120 appartementen
  • en dat er voor de plannen nauwelijks tot geen draagvlak is onder de gebruikers van Vlietland, waaronder veel inwoners uit Leidschendam-Voorburg, maar ook ver daarbuiten.

We roepen de gemeenteraadsleden van Leidschendam-Voorburg dan ook op, om niet in te stemmen met het nieuwe bestemmingsplan en samen met de gebruikers van Vlietland te kijken op welke manier het recreatiegebied ingericht kan worden ten gunste van de wensen van de honderdduizenden bezoekers die nu jaarlijks met veel plezier van Vlietland gebruik maken.

  • Vereniging Vrienden van Vlietland
  • Zuid-Hollandse Milieufederatie
  • Stichting Werkgroep Groenbeheer Nootdorp-Leidschendam (W.G.N.L.)
  • Stichting Recreatief Fietsen
  • Vereniging Vrienden van Stompwijk
  • IVN-Vereniging voor Natuur- en Milieu-Educatie, afdeling Zoetermeer e.o.
  • SP
  • Milieudefensie Voorschoten
  • LWG/ De Groenen Leiden
  • Scoutinggroep Kimball O’Hara Voorschoten
  • Platform Duurzaam Voorschoten
  • Trek de Groene Grens - Nieuwe Driemanspolder
  • Milieudefensie Zoetermeer
  • Vereniging Vrienden van de Oostvlietpolder
  • Milieugroep Leidschendam-Voorburg
  • Stichting Grote Polder Groene Hart

De termijn voor het inleveren van de bezwaarschriften aan de gemeente Leidschendam-Voorburg is nu verlopen. Hieronder vindt u het bezwaarschrift dat de Vrienden van Vlietlanden heeft ingediend.

Bezwaarschrift

Aan de gemeenteraad van de gemeente Leidschendam - Voorburg
Postbus 905,
2270 AX Voorburg.

Onderwerp: bezwaarschrift/ inspraakreactie "Ontwerp Bestemmingsplan Vlietland noordoost 2005"

Geachte gemeenteraadsleden, hierbij dient de vereniging "Vrienden van Vlietland" haar bezwaarschrift/ inspraakreactie in, op het "Ontwerp Bestemmingsplan Vlietland noordoost 2005".

De aanleiding hiervoor is dat de ontwikkelingen zoals beschreven in het bovengenoemde ontwerp bestemmingsplan in strijd zijn met de doelstellingen van onze vereniging. Daarnaast zijn er nog diverse argumenten aan te voeren tegen de beschreven plannen.

Onze vereniging wil sterk bezwaar maken tegen de aanleiding van de gemeente om op economische gronden het gebied op de schop te gooien.Het ontwerp bestemmingsplan Vlietland Noordoost vermeldt op bladzijde 3, paragraaf 1.1., aanleiding: (…) "Daarbij kost het beheer en onderhoud van de provinciale recreatiegebieden veel geld. Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten willen deze kosten terugdringen". Het instandhouden van recreatie- en natuurgebieden is niet louter een kwestie van een economische kosten-batenanalyse. Zou deze theorie voor de hele overheid opgeld doen, dan valt voor het voortbestaan van vele natuurgebieden (zoals Biesbosch of Waddenzee) te vrezen. De bijdrage aan de natuur, het milieu en het welzijn van de bezoekers is niet in geld uit te drukken, maar heeft wel degelijk een positief effect op de maatschappij. Zeker in een van de meest verstedelijkte en drukke gedeeltes van onze regio/ Nederland zijn de huidige onderhouds- en beheerskosten een prima besteding van overheidsgeld.

Mocht u toch willen besparen op de onderhouds- en beheerskosten, dan zal eerst duidelijk moeten worden gemaakt hoeveel die kosten op dit moment zijn, hoeveel erfpacht er door de exploitant (Vlietland BV) op dit moment aan de provincie wordt betaald en hoeveel pacht er door de onderpachters (zoals oa; de jachthavens, paviljoen) aan de exploitant worden betaald. Dan kan er op basis van feiten en deugdelijke argumenten een beslissing worden genomen of de uitvoering van het voorliggende plan de enige manier is om de beheers- en onderhoudskosten te drukken ten koste van de diverse zaken zoals hieronder in de zienswijze beschreven, of dat een verhoging van de bijdrage door de exploitant aan de provincie een betere oplossing is. Aangezien deze informatie niet in het ontwerp bestemmingsplan is opgenomen en het de aanleiding voor uw plannen vormt kan er onzes inziens geen juiste democratische besluitvorming plaats vinden en zal daar dus meer informatie over vertrekt moeten worden, zodat ook de burgers met de feiten in de hand deze kwestie kunnen beoordelen. U zou ook aan moeten geven welke alternatieven u nog hebt onderzocht. Een goede oplossing voor een "probleem" is vaak op meerdere scenario's gebaseerd. Waarom is nu juist het huidige ontwerpbestemmingsplan de beste oplossing voor het "probleem"? En waarom andere opties die de beheerskosten kunnen drukken niet?

Een ander genoemd argument, is dat er buiten het voorjaar en de zomer weinig van het gebied gebruik wordt gemaakt. Ook daar ontbreekt een deugdelijke onderbouwing. Waarop is dat gebaseerd? Is daar een norm voor? Wat is de vergelijking met andere natuur en recreatiegebieden? Uiteraard is het in najaar en winter in Vlietland een stuk rustiger, maar ook dat is nu juist een van de meerwaarden van het gebied. Verder zijn er ook andere middelen om ook in de rustige maanden meer bezoekers te trekken. Speelvoorzieningen voor kinderen, meer evenementen organiseren enz. Een kwestie van organiseren en een meerwaarde voor het gebied. Het gebied kan sowieso aantrekkelijker worden gemaakt. Deugdelijke douche en omkleedvoorzieningen voor de dagrecreanten hadden allang aangelegd moeten zijn en hadden zichzelf allang terugbetaald.

In het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost worden onder meer 120 recreatieappartementen van maximaal 14 meter hoog, 102 vrijstaande recreatiewoningen van maximaal 8 meter hoog, diverse bedrijfswoningen, meer dan 5 horecagelegenheden van maximaal 12 meter hoog, winkels, kantoren, magazijnen en dergelijke, sportfaciliteiten met bijbehorende bouwwerken, een golfterrein met een clubhuis van maximaal 11 meter hoog, verschillende wegen en ruim 1000 parkeerplaatsen gerealiseerd. Door verhuur/ verkoop gedurende het gehele jaar aan verschillende bewoners zal er sprake zijn van permanente bewoning gedurende het hele jaar. Hierdoor krijgt het gebied dus een permanente woonbestemming en is er duidelijk sprake van verstedelijking van het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost. Dit is in strijd met zowel het rijksbeleid als het streekplan Zuid-Holland West. Volgens nu vigerend rijksbeleid (de Vierde Nota Extra (Vinex)) maakt het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost onderdeel uit van de rijksbufferzone Den Haag - Zoetermeer - Leiden. Het rijksbufferzonebeleid is bedoeld om het aaneengroeien van stedelijke gebieden in de Randstad te voorkomen. Het streekplan Zuid-Holland West plaatst het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost buiten de rode contour. De bouw van meer dan 200 (recreatie)woningen, appartementen en andere voorzieningen is buiten deze rode contour dan ook niet toegestaan.

Volgens de motie Verbugt (67) mag maximaal 2% van het recreatief ingerichte deel van een bufferzone worden bestemd voor bebouwing, bij voorkeur aansluitend aan stedelijke randen. Gezien de ligging van Vlietland, moeten we concluderen dat er van stedelijke randen geen sprake is, integendeel, plannen van de gemeente Leiden om tot realisatie van een industrieterrein in de aangrenzende Oostvlietpolder te komen worden keer op keer naar de prullenbak verwezen. Daarmee wordt dus ingegaan tegen de strekking van de motie Verbugt. Een andere restrictie in de motie Verbugt is dat functieondersteunende bebouwing kan alleen mogelijk is wanneer de openheid van het gebied niet wordt aangetast. De plannen in het "Ontwerp Bestemmingsplan Vlietland noordoost 2005" zijn echter van dien aard dat zowel de openheid als de openbaarheid in zeer ernstige mate worden aangetast. Wij zijn dan ook van mening dat aan de voorwaarden in de motie Verbugt niet wordt voldaan en dat daarmee de rechtvaardiging voor genoemde plannen vervalt. We maken dan ook bezwaar tegen de verdere verstedelijking van dit gebied. Ook omdat het (bruto) te bebouwen gebied veel meer bedraagt dan de volgens de motie Verbugt toegestane 2% van het voor intensieve recreatie ingerichte deel van het landoppervlak in het plangebied.

Volgens de gemeente Leidschendam-Voorburg is in augustus 2003 een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd, waaruit zou zijn gebleken dat het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost van relatief geringe ecologische betekenis zou zijn (ontwerp bestemmingsplan bladzijde 33 en 34). Een overzicht van de waarnemingsmomenten en de gevonden dier- en plantensoorten is niet in dit ontwerpbestemmingsplan opgenomen waartegen wij ernstig bezwaar maken. Hierdoor kunnen wij op geen enkele wijze toetsen of de door de onderzoekers van de gemeente Leidschendam-Voorburg gevonden dier- en plantensoorten overeenstemmen met onafhankelijke waarnemingen en/of de onderzoeksresultaten van bijvoorbeeld de gemeente Leiden in de aangrenzende Oostvlietpolder of in de Vogelplas Starrevaart. Als de gemeente Leidschendam-Voorburg in een later stadium een overzicht van de aangetroffen dier- en plantensoorten toevoegt, behouden wij ons het recht voor hierop alsnog te reageren. Voor zover nu valt te beoordelen is dit flora- en faunaonderzoek onvolledig en ondeskundig uitgevoerd. Door slechts in een heel beperkte periode onderzoek te doen op het hoogtepunt van het recreatieseizoen en dus ook buiten het broedseizoen (namelijk alleen in de maand augustus) is het onderzoek per definitie onvolledig. De gemeente Leiden heeft in de aangrenzende Oostvlietpolder in het voorjaar onderzoek uit laten voeren, waarbij grote natuurwaarden werden aangetroffen. Ook dat onderzoek was al incompleet en onvolledig, omdat voor verschillende diersoorten, zoals vleermuizen, volgens onafhankelijke deskundigen op verschillende momenten gedurende een langere periode waarnemingen moeten worden gedaan. Door slechts gedurende één maand een onbekend aantal waarnemingen te doen kan onmogelijk een volledig beeld van de aanwezige natuurwaarden worden verkregen. Daarmee is volgens ons ook duidelijk aangetoond dat het onderzoek ondeskundig is uitgevoerd, omdat deskundigen behoren te weten dat dit onderzoek onder meer gedurende een andere en veel langere periode had moeten worden uitgevoerd. Onduidelijk is hoe de gemeente Leidschendam-Voorburg de natuurwaarden die door de gewijzigde bestemmingen verloren gaan, binnen het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost denkt te compenseren.

Ook op het gebied van ecologische verbindingen hebben we grote bezwaren tegen de plannen. Door de bouw van meer dan 200 (recreatie)woningen en de aan te leggen recreatieve voorzieningen in het plangebied wordt de ecologische verbindingszone aan de oostkant van de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Leiden ernstig aangetast. Daardoor is het ontwerpbestemmingsplan Vlietland Noordoost ook op dit punt in strijd met het Streekplan Zuid-Holland West waarin een 'groene verbinding' tussen Vlietland en Polderpark Cronesteyn is voorgeschreven. In maart 1998 heeft Arcadis Heidemij in opdracht van de gemeente Leiden ten behoeve van het realiseren van deze door de provincie Zuid Holland voorgeschreven ecologische verbindingzone het rapport 'Natuurdoelen Oostvlietpolder' opgesteld. Uit dit rapport blijkt onder meer dat een ecologische zone de vorm moet hebben van een doorlopende, zo breed mogelijke strook. Het ontwerp bestemmingsplan Vlietland Noordoost blokkeert met de voorgestane ontwikkelingen het functioneren van de ecologische verbindingszone, waartegen wij ernstig bezwaar maken.

De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de archeologische waarden in het bestemmingsplangebied. In de aangrenzende Oostvlietpolder zijn tijdens heel beperkt onderzoek verschillende archeologische vondsten gedaan. Op de bij het Streekplan Zuid-Holland West gevoegde plankaart is aangeduid dat de Vlietweg (die direct grenst aan het plangebied) wordt beschouwd als een 'bebouwingslint met cultuurhistorische waarde'. Bladzijde 111 van het streekplan vermeldt hierover de volgende omschrijving: "Bebouwingslint veelal in het landelijk gebied waar beperkingen gelden ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen vanwege de cultuurhistorische waarde met name in relatie tot het omringende landschap". In het ontwerp bestemmingsplan Vlietland Noordoost is van deze 'ruimtelijke beperkingen' niets terug te vinden. Het omringende landschap wordt door de onder meer 120 recreatieappartementen van maximaal 14 meter hoog, 102 vrijstaande recreatiewoningen van maximaal 8 meter hoog, diverse bedrijfswoningen, meer dan 5 horecagelegenheden van maximaal 12 meter hoog, winkels, kantoren, magazijnen en dergelijke, sportfaciliteiten met bijbehorende bouwwerken, een golfterrein met een clubhuis van maximaal 11 meter hoog, verschillende wegen en meer dan 1000 parkeerplaatsen onherstelbaar aangetast. We menen dan ook dat voorgestane bestemmingen overduidelijk in strijd zijn met de in het streekplan opgenomen aanduiding "beperkingen ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen vanwege de cultuurhistorische waarde met name in relatie tot het omringende landschap" en maken tegen deze bestemmingen dan ook ernstig bezwaar.

De Vereniging Vrienden van Vlietland heeft ook grote bedenkingen ten aanzien van de geluidsnormen van onder andere het wegverkeer. We menen dat die op dit moment al worden overschreden en door de vergevorderde plannen voor de N11 west door de Oostvlietpolder zal dat in de toekomst alleen nog maar toenemen. Ook daar is in het plan geen rekening gehouden. Dat geld in het verlengde daarvan ook voor de luchtkwaliteit. Eerdere uitspraken van de Raad van State (HI Ambacht) toonden aan dat er vaak onvoldoende onderzoek wordt gedaan naar de gevolgen van de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van de bewoners/ gebruikers van het gebied. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft naar onze mening ook onvoldoende onderzoek gedaan naar de huidige luchtkwaliteit in het bestemmingsplangebied Vlietland Noordoost, zeker in relatie tot de bouw van meer dan 200 (recreatie)woningen die bestemd zijn voor permanente bewoning en de gevolgen van de bouw van deze (recreatie)woningen en de aan te leggen recreatieve voorzieningen voor de luchtkwaliteit in het bestemmingsplangebied. Gegeven het feit dat onder meer 1000 parkeerplaatsen worden gerealiseerd is er sprake van een aanzienlijke toename van het autoverkeer van recreanten, bewoners en toeleveranciers. Dit heeft ongetwijfeld negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit die door de nabijheid van de rijksweg A4 toch al slecht is. Bovendien is het bestemmingsplangebied onbereikbaar per openbaar vervoer, de dichtstbijzijnde bushalte ligt op 1 kilometer afstand en treinstations zijn veel verder verwijderd. Hierdoor zal van een veel grotere toename van het autoverkeer sprake zijn, dan bij vergelijkbare recreatiegebieden. Ook is er wederom geen rekening gehouden met de komst van de N11 gedurende de looptijd van dit bestemmingsplan.

Gezien het bovenstaande is onze vereniging van mening dat er een MER beoordeling moet plaats vinden. De gemeente Leidschendam-Voorburg concludeert dat voor de bouw van meer dan 200 (recreatie)woningen en andere voorzieningen geen m.e.r.(-beoordelings)plicht geldt. De Europese richtlijn stelt een milieu-effect-rapportage in veel meer gevallen verplicht dan het Besluit milieueffectrapportage 1994, dat vooral door de veel te hoge drempelwaarden in strijd is met de Europese richtlijn. Gezien de effecten van deze bouwactiviteiten op het leefmilieu in een Rijksbufferzone en de nabijheid van onder meer een belangrijk weidevogelgebied kan bij toetsing aan onder meer bijlage II, de punten 10 a en b van de Europese richtlijn alleen maar geconcludeerd worden dat de bouw van meer dan 200 (recreatie)woningen en andere voorzieningen wel degelijk een milieueffect rapportage opgesteld zal moeten worden.

Een zeer zwaarwegend bezwaar voor onze vereniging is dat de openbaarheid van het gebied ernstig wordt aangetast voor de gewone dagrecreant. In het ontwerpplan wordt bij herhaling gesteld dat de openbaarheid en toegankelijkheid van Vlietland niet in het geding zijn. De redenering die daarbij gevolgd wordt luidt dat het deel dat volgens de plannen voor verblijfsrecreatie etc. zal worden bestemd en dat om die reden niet meer vrij toegankelijk zal zijn voor dagrecreanten, gecompenseerd zal worden door voorzieningen op plaatsen die volgens de opstellers van het plan op dit moment niet of nauwelijks gebruikt worden door dagrecreanten. Maar zoals al eerder opgemerkt; er is geen onderzoek gedaan en niet gemeld welke criteria zijn gehanteerd. Daarnaast worden de bovengenoemde "te weinig gebruikte" gebieden juist de laatste jaren in toenemende mate gebruikt als picknick of andere recreatie gelegenheid van grote groepen recreanten. Juist het feit dat men zich enigszins kan afschermen van de rest, maar ook dat op die manier mogelijke "overlast" van een groep voor de rest van de recreanten wordt voorkomen is een duidelijke meerwaarde. De door u aangehaalde argumentatie klopt dus niet want het nu gehele openbaar toegankelijke Vlietland wordt een deel afgesloten voor dagrecreanten, omdat deze ruimte gereserveerd zal zijn voor betalende verblijfsrecreanten. Het totale oppervalk van Vlietland blijft gelijk aan de huidige afmetingen, dus het vrij toegankelijke, openbare deel van Vlietland wordt kleiner en er is dus wel degelijks sprake van een vermindering van openbare toegankelijkheid.

Een ander punt van zorg is het feit dat de recreatieplas nog niet volgens de vergunningvoorwaarden van de provincie door de voormalige zandwinner is opgeleverd. In juli 2004 werd tot op heden een deel van de zuidwestelijke oever afgezet vanwege mogelijk instortingsgevaar. Een onderzoek naar de staat van de oevers is tot op heden nog niet in de openbaarheid gebracht en er is door ons nog niet te beoordelen of er nog potentieel gevaarlijke situaties in het plangebied aanwezig zijn. Aangezien de gehele plas door zandwinning is ontstaan, sluit dat mogelijke gevaarlijke situaties in het plangebied niet uit. Ook al zal een deel van de plas een ander aanzien krijgen door de aanleg van eilanden, dan nog zal een deel van de oevers zijn huidige vorm behouden. Bovendien kan zo lang de zandwinner nog niet aan de vergunningvoorwaarden van de provincie heeft voldaan, er geen sprake van zijn dat er activiteiten in het gebied worden ondernomen waarbij aan de oevers wordt gewerkt. Dat zou het beleid van de overheid doorkruisen en een duidelijke regie op het gebied van handhaving en het werken aan een veilige situatie in het gebied onnodig bemoeilijken.

Namens de vereniging Vrienden van Vlietland,

Ed Krijgsman
Voorzitter.


Vereniging Vrienden van Vlietland